Voorbeeld Examenvragen PRINCE2 ITIL BiSL ASL TMap

Op deze pagina staat voor elke type examen, PRINCE2, ITIL, BiSL, ASL, TMap een aantal voorbeeld examenvragen. Deze voorbeeld examenvragen geven een indruk van het niveau en van het type vragen dat je op het officiële examen kunt verwachten. De antwoorden op de examenvragen kun je direct downloaden door te ‘betalen’ met een tweet of een update op facebook. Bovendien krijg je een extra verrassing!

PRINCE2 Foundation examen vragen

Hieronder vind je 20 voorbeeld examenvragen over PRINCE2 Foundation. De antwoorden op de vragen kun je downloaden onderaan deze lijst met vragen. TIP: maak eerst de vragen op een kladje voordat je de antwoorden ophaalt. Veel succes!

1. Wat is bij Prince2 de naam van het product dat wordt gebruikt om de informatie te beschrijven op grond waarvan een project wordt opgezet, voortgezet en beëindigd?
A. Projectinitiatie-document
B. Business case
C. Fasegoedkeuring
D. Projectopdracht
E. Projectmandaat

2. Welke rol vraagt, volgens Prince2, aan de voorzitter van de stuurgroep en de senior vertegenwoordiger van de leverancier om toestemming voor de implementatie van een aandachtspunt?
A. Projectmanager
B. Projectborging
C. Senior vertegenwoordiger van de gebruiker
D. Degene die het aandachtspunt heeft samengesteld
E. Voorzitter van de stuurgroep

3. Op welk moment wordt idealiter vastgesteld dat een fase een uitzondering is?
A. Als de projecttoleranties zijn overschreden.
B. Als de fasetoleranties zijn overschreden.
C. Zodra er een wijzigingsverzoek of een afwijking van de specificatie is ontvangen.
D. Zodra actuele voorspellingen voor het einde van de fase afwijkingen voorzien die de toleranties overschrijden.

4. Welk onderdeel van Prince2 is nauw verbonden met wijzigingsbeheer?
A. Tussentijdse fasebeoordeling
B. Projectafsluiting
C. Configuratiebeheer
D. Kwaliteitsbeoordeling
E. Projectinitiatie

5. Welke onderstaande optie is het hoofdkenmerk van Prince2?
A. De nadruk op wijzingingsmanagement
B. De nadruk op verantwoording (Business justification)
C. De toepassing van speciale technieken
D. De parallellie met technische fasen

6. Welke onderstaande optie vormt GEEN geldige reactie bij risicobeheer?
A. Preventie
B. Ontkenning
C. Vermindering
D. Overdracht
E. Onvoorzien (Contingency)

7. Welk planningsproduct is de basis voor de productcontrolelijst (Product Checklist)?
A. Projectopdracht
B. Productbeschrijving
C. Projectmandaat
D. Product-decompositiestructuur
E. Kwaliteitslogboek

8. Welke onderstaande bewering is ONJUIST?
A. De kwaliteitsverwachtingen van de klant moeten worden vastgesteld in het proces ‘Starting up a Project’.
B. Het kwaliteitssysteem van een bedrijf wordt onderdeel van Prince2.
C. Prince2 kan deel uitmaken van het kwaliteitssysteem van een bedrijf.
D. Kwaliteitsborging is gedefinieerd in het kwaliteitsbeleid van het bedrijf.
E. In het faseplan staat gedetailleerd beschreven hoe een deel van het projectplan wordt uitgevoerd.

9. Tijdens welk proces moet de impact van een aandachtspunt worden geëvalueerd en moeten alternatieve acties worden overwogen?
A. Vastleggen van aandachtspunten (Capturing Project Issues)
B. Bestuderen van aandachtspunten (Examining Project Issues)
C. Escaleren van aandachtspunten (Escalating Project Issues)
D. Nemen van corrigerende maatregelen (Taking Corrective Action)

10. Welk document evalueert de bereikte resultaten aan de hand van het projectinitiatie-document?
A. Project-eindrapport
B. Evaluatie na afloop van het project (Post Project Review)
C. Leerpuntenrapport
D. Aanbevelingen vervolgacties

11. Welke onderstaande vraag is GEEN doorslaggevend criterium voor het maken van een productstroomdiagram?
A. Zijn de producten duidelijk en eenduidig gedefinieerd?
B. Van welke andere producten is elk product afhankelijk?
C. Is een van de producten afhankelijk van een product dat buiten bereik van dit plan valt?
D. Welke producten kunnen parallel worden ontwikkeld?

12. Tijdens welk proces wordt de projectopdracht voorbereid?
A. Opstaren van een project (Starting up a Project)
B. Initiëren van een project (Initiating a Project)
C. Autoriseren van initiatie (Authorising Initiation)
D. Autoriseren van een project (Authorising a Project)

13. Behalve de projectopdracht, het fase-initiatieplan en het risico-overzicht is er nog een vierde product dat dient als input voor het proces Initiëren van een project (Initiating a Project). Welk product?
A. De projectaanpak
B. Het projectinitiatie-document
C. Het projectopstartbericht
D. Het projectmandaat

14. In welk product worden wijzigingsverzoeken bijgehouden?
A. Logboek met verzoeken
B. Dagelijks logboek
C. Kwaliteitslogboek
D. Aandachtspuntenlogboek
E. Aanbevelingen vervolgacties

15. In welk subproces van Beheersen van een fase (Controlling a Stage) wordt het risico-overzicht bijgewerkt?
A. Escaleren van aandachtspunten (Escalating Project Issues)
B. Beoordelen van voortgang (Assessing Progress)
C. Vastleggen van aandachtspunten (Capturing Project Issues)
D. Bestuderen van aandachtspunten (Examining Project Issues)

16. Wanneer begint het proces Aansturen van een project (Direction a Project)?
A. Bij het begin van Opstarten van een project (Starting up a Project)
B. Na opstarten van een project (Starting up a Project)
C. Beheersen van fasegrenzen (Managing Stage Boundries)
D. Autoriseren van een fase (Authorising a Stage)

17. Welke onderstaande optie is verplicht in een Prince2 –project?
A. Het gebruik van teammanagers
B. Het gebruik van uitzonderingsplannen
C. Het gebruik van fasen
D. Het gebruik van kwaliteitsbeoordelingen

18. Welk proces voorziet de stuurgroep van de informatie die nodig is om te beoordelen of het project levensvatbaar blijft?
A. Opstarten van een project (Starting up a Project)
B. Afsluiten vna een project (Closing a Project)
C. Planning
D. Beheersen van fasegrenzen (Managing Stage Boundaries)

19. Naast de normale stappen wordt voor kwaliteitsbeoordeling nog een extra stap aanbevolen, de “planning van kwaliteitsbeoordeling”. Van welk proces moet deze stap volgens Prince2 deel uitmaken?
A. Planning
B. Opstaren van een project (Staring up a Project)
C. Aansturen van een project (Directing a Project)
D. Initiëren vna een project (Initiating a Project)
E. Beheersen van een fase (Controlling a Stage)

20. Welke van de onderstaande opties zorgt ervoor dat het project via een goed beheerste, zichtbare serie activiteiten de gewenste resultaten bereikt?
A. Configuratiebeheer
B. Product-gebaseerde planning
C. Het projectmanagementteam
D. Een goede methode voor projectmanagement

DOWNLOAD hier de antwoorden voor PRINCE2 Foundation en de verrassing
Heb je geen Twitter of Facebook account? Neem dan contact met ons op via 073 – 700 3400.

ITIL v3 Foundation examen vragen

Deze vragen volgen binnenkort. Houd deze pagina in de gaten.

BiSL Foundation examen vragen

Deze vragen volgen binnenkort. Houd deze pagina in de gaten.

ASL 2 Foundation examen vragen

Deze vragen volgen binnenkort. Houd deze pagina in de gaten.

TMap Next Foundation examen vragen

Deze vragen volgen binnenkort. Houd deze pagina in de gaten.

Interesse in onze trainingen?

Als je geïnteresseerd bent in een van onze trainingen kun je natuurlijk altijd direct contact met ons opnemen via 073 – 700 3400 of de gratis brochure aanvragen via onderstaande button.

Schrijf je in